De omgevingswet vergt betere borging van participatie kwaliteit

Met ontwerp regels voor participatie borgt de omgevingswet de kwaliteit

De omgevingswet wordt beter met participatie voor alle burgers bij besluiten, met referenda en marktwerking

Met de nieuwe omgevingswet worden ca 80 aparte regelingen en wetten afgebroken voor een algemene wet. Die ene nieuwe omgevingsvisie moet dus 80 aparte belangen verankeringen vervangen. Daarom eist de nieuwe wet meer en integralere participatie voordat er een omgevingsbesluit genomen wordt. De Omgeving moet participeren. Hoe moet onze lobbycratie dat ooit regelen?

Invloed in het Nederlands openbaar bestuur is altijd voorbehouden aan lobbyisten. Vooral bedrijven regelen zo hun belangen, NGO’s proberen het. En de burger weet niet eens wat er over zijn hoofd heen, over hem besloten wordt. De lobbycratie is geen democratie.

Met de nieuwe omgevingswet worden ca 80 aparte regelingen en wetten afgebroken voor een algemene wet. Die ene nieuwe omgevingsvisie moet dus 80 aparte belangen verankeringen vervangen. Daarom eist de omgevingswet meer en integralere participatie voordat er een omgevingsbesluit genomen wordt. De Omgeving moet participeren van de omgevingswet. Hoe moet onze lobbycratie dat ooit regelen? Lobbyisten komen alleen op voor hun private belangen

Invloed is in het Nederlands openbaar bestuur altijd voorbehouden aan lobbyisten, vooral bedrijven regelen zo hun belangen, NGO’s proberen het, en de burger weet niet eens wat er over zijn hoofd heen, over hem besloten wordt. De lobbycratie is geen democratie. Daarom is het een verbetering dat de omgevingswet participatie voorschrijft, maar dat is niet genoeg voor goede besluiten.

Er zijn 2 redenen dat de omgevingswet betere participatie moet bewerkstelligen dan nu geregeld is in de nieuwe wet.
Zowel bij de overgang van 80 losse regelingen naar 1 nieuwe, geabstraheerde regeling, als tijdens het gebruik, zullen er steeds nieuwe regelingen ontworpen worden om beleid handen en voeten te geven.
Nu staat er alleen in de wet, “er zij participatie” maar de kwaliteit van die participatie is niet geregeld. Want de nieuwe filosofie van de omgevingswet is dat de samenleving dat maar zelf moet uitzoeken.
De omgevingswet kan in zo’n vrije context toch goed bestuur stimuleren, met ontwerpregels, die niet lobbyisten maar juist burgers rechten geven. Het nut van ontwerpregels is te leren met het gebrek aan draagvlak voor windparken.

Een voorbeeld uit de ontwikkeling van windparken

Dat er participatie moet zijn, zelfs een participatie plan, is niet voldoende voor draagvlak voor of verstandige besluiten over een nieuw windpark.
Inhoud en kwaliteit van de wettelijk voorgeschreven participatie is vrij, en dat zorgt in de praktijk vaak voor geen draagvlak, en dus negatieve waarde creatie. En benadeling van burgers.

Hoe dat werkt, is ook af te leiden uit de gedragscodes voor de ontwikkeling van windparken, die bij nadere bestudering vooral de doelen van hun auteurs nastreven, en niet draagvlak voor windenergie.
De NWEA gedragscode wil compenseren, NWEA denkt dat hun windpark projecten een negatieve waarde brengen, terwijl er uiteindelijk schone stroom wordt opgewekt, best positief eigenlijk, maar voor wie?
De nlvow wil helemaal geen windmolens, dus is alles er opgericht schade te veroorzaken aan alle betrokkenen. De paar  gemeenten die de nlvow de kans gaven hun participatie aanpak te beoefenen, zien nu dat de burgers concluderen dat er geen windmolens passen.
Wie had dat nu verwacht van participatie door de tegenstanders van duurzaam?
In Drenthe zijn de daar uitstekend in geslaagd, zowel provincie als gemeente hebben alle regie en kans op lokale waarde creatie verloren, dankzij de inzet van de tegenstanders.

Gebrek aan draagvlak voor windenergie is ook geïnstitutionaliseerd in Nederland.

Het rijk geeft alleen SDE subsidie, als burgers niet mogen meedoen. Hoeveel ze ook meedoen, participeren, hun stroom moet op de markt verkocht worden, anders is er geen subsidie.
Lokale overheden volgen zonder uitzonderingen de belangen van windpark bouwers, en niet van hun burgers. Want ambtenaren doen liever zaken met ondernemers en hun aardige lobbyisten. Burgers zijn altijd lastige klanten. In de praktijk volgen de gekoesterde coöperaties identieke aanpakken als de commerciële wind cowboys, want die aanpak is “professioneel”. Zo volgen coöperaties de anti participatie patronen die de rijksoverheid uit zet.

Participeren kan ook anders, met juist wel kans op draagvlak.

Verkoop windpark plannen als massa consumenten product, kavels windpark plan. Een gemeente verkoopt ook kavels bouwgrond voor een nieuwbouw wijk aan haar inwoners.
Geef alle inwoners al in een vroeg stadium de kans, een optie op een kavel windpark te kopen. Of slechts hun belangstelling te registreren.
En later het kavel echt kopen. Zie Pak de Wind
De paradigma verschuiving is hier dat stroom consumenten stoppen met het kopen van stroom. Ze gaan zelf stroom opwekken. Elk huishouden een stukje windpark voor eigen gebruik, zodat er veel deelnemers nodig zijn. Zo maakt de gemeente het draagvlak zichtbaar.

Dwing windpark ontwikkelaars hun plan als aantrekkelijk consumenten product te verkopen

De verkopers van kavels windpark zijn dan gedwongen een aantrekkelijk product aan te bieden. De zo opgeroepen marktwerking zorgt daar voor. Marktwerking is ook een heel geschikt middel om met grote aantallen participanten, complexe communicatie te hebben. Daar zorgen de participanten zelf voor. Hun koop-overweging, zorgt dat zij meer aandacht krijgen voor het aanbod, het kavel windpark, dan de gemiddelde gemeentelijke mededeling van een inspraak avond voor een windpark van vreemde investeerders.

De verkoop van opties, en later, kavels windpark, maakt het draagvlak zichtbaar, voor zowel de politiek, als de altijd aanwezige tegenstanders.

Waarom zouden inwoners kavels windpark kopen?

Omdat ze met hun eigen stukje windpark goedkope stroom kunnen opwekken, kWh prijs 3 cent, 20 jaar vast tarief. SDE is dan niet nodig.  Wel het recht op gebruik van de openbare weg voor stroom, het elektriciteitsnet.
De marktprijs voor stroom is nu 6 cent (2015) en zal over 20 jaar naar ca 14 cent zijn, schatting ECN.  Het verschil tussen de lage vaste kostprijs en de stijgende commerciële marktprijs, is een voordeel per huishouden van ca 5000 EUR. Een huishouden krijgt dat voordeel als ze een kavel windpark kopen van 2000 EUR. Daarmee wekken ze jaarlijks 4000 kWh of meer op.

Lokale overheden moeten dit voordeel wel aan hun burgers gunnen, en dat verankeren in de omgevingsvisie. Grondeigenaren weten dan vooraf, dat ze geen leuke deals met commerciële wind cowboys hoeven te sluiten. Met inwoners als windpark opdrachtgever, kunnen ze meer voor hun grond krijgen.
En moedige gemeente kunnen dergelijke deals omzeilen, door andere windpark locaties te kiezen. Ook al zijn die net wat minder optimaal. Voordeel voor burgers moet voorrang krijgen boven commerciële en gesubsidieerde winst van bedrijven en coöperaties. Dat is energiedemocratie.

Met Windpark A16 maakt Brabant haar eigen energie corruptie zichtbaar

Een mooie test case is het windpark A16, waar de gemeenten Zundert, Breda, Drimmelen en Moerdijk, met de provincie Brabant een convenant sloten. De grond posities van de commerciële windpark cowboys worden ingevuld met 30 windmolens binnen 1 km van de snelweg.
En de provincie Brabant wil ook nog draagvlak, zeggen ze. Maar met de gedragscode in de hand scheept een commerciële wind cowboy de inwoners af met een fooi. En ja ze mogen dat allemaal heel vroeg al weten. Als inwoners wat zeggen, zal een ambtenaar het opschrijven. Maar voordeel? Nee, dat is voor investeerders, en dat mogen niet de inwoners zijn.

Sociale wind is nep participatie

In Brabant hebben ze het concept van sociale wind bedacht als participatie concept.
Dat is een sigaar uit eigen doos. Participanten, mogen deel-eigenaar worden van een van de windmolens die “voor burgers” is. Vervolgens mogen ze hun eigen stroom kopen, tegen commercieel tarief. Dat levert winst op, en die winst mogen ze sociaal verdelen in de gemeenschap. Individueel hebben burgers er niets aan, dus gaat er geen wervende kracht van uit.

Referendum voor alle inwoners in de gemeente, naar hun voorkeur voor mogelijke windpark locaties

Elke gemeente langs de A16 kan kiezen uit een aantal opstellings varianten van windmolens. Elke variant is een selectie van alle mogelijke windmolen locaties. Maar alleen van die locaties met commercieel belang. De provincie negeert locaties met publiek belang. Dat is kwalijke energie corruptie van de provincie bestuurders en de “volks”vertegenwoordigers. Zij bedienen kennelijk vooral bedrijfsbelang.
De gemeente raad van Breda kan nu beslissen dat niet investeerders of grondeigenaren de windpark locatie kiezen. Maar burgers de locatie laten kiezen, dat zijn dan de kopers van kavels windpark. De locaties die burgers kiezen worden gebouwd.  Dat kiezen kan ook met een voorverkoop ipv een referendum. Inwoners die opties kopen op kavels windpark. Zo geeft een gemeenteraad haar burgers de kans op echte invloed, en ook voordeel. Energiedemocratie, waarom snapt D66 Brabant of D66 Breda dat niet?

D66 aanpak participatie windenergie boort inwoners west Brabant 250 miljoen door de neus.

Maar als dat 100 MW windpark helemaal, echt in eigendom van huishoudens komt, dan hebben die huishoudens stroom tegen kostprijs, 3 cent per kWh. Dan kunnen 50.000 van hen meedoen die elk 5000 EUR voordeel hebben, samen 250 miljoen. Daarbij verbleekt ook de SDE subsidie die de coöperaties denken te krijgen.
En van dat bedrag kunnen de inwoners de grondeigenaren een beter bod doen dan de commerciële wind cowboys. Grondeigenaren die burgers hun eigen windpark laten bouwen, creëren waarde. Dus kunnen ze terecht vragen om een hogere grond vergoeding.

De politieke boodschap “hoe 250 miljoen te verdelen met eigen windmolens”, lijkt me een stuk aantrekkelijker om in te participeren, dan nu  met sociale wind. Dan mogen inwoners meekijken hoe commerciële wind cowboys geld verdienen. Burgers krijgen dan een fooi. Geld dat ook nog door burgers betaald is, aan de SDE subsidiepot

De omgevingswet heeft ontwerp regels nodig voor participatie

Met dit voorbeeld pleit ik voor betere en preciezere participatie voorschriften in de omgevingswet. Het gaat bij de omgevingswet om veranderingen in het bestuur, de governance van een gebied, maar ook in het proces.
Minder rigide processen is handig, maar de omgevingswet schaft veel af. Die verandering vergt meer bewuste inzet om de kwaliteit te borgen.
Met de omgeving wordt er steeds een ander passend governance concept ontworpen. Daarom zijn er nu ontwerp regels nodig.

Voorbeelden van dit soort ontwerp regels voor de omgevingswet zijn:

Burgerbelang gaat voor bedrijfsbelang
Publiek belang gaat voor individueel belang van een burger of bedrijf.

Deze regels horen in de omgevingswet of een AmvB
Bij windpark besluiten is participatie goed te regelen door de markt te gebruiken, om iedere burger een koop kans te geven. Dat kan omdat windparken vele huishoudens tegelijk als eigenaar kunnen hebben. Net als de grond van een nieuwbouw wijk, die door de gemeente ook in kavels verkocht wordt.

Andere aanpak is het referendum, hierbij is de referendum vraag wel heel belangrijk.
Een onbelangrijke vraag trekt niet de aandacht van velen, een belangrijke vraag of concept besluit, maakt ook het referendum belangrijk. Helaas hebben weinig politici in onze lobbycratie de moed zelf een referendum uit te schrijven.

Voorbeelden van de toepassing van de ontwerpregels

Burgerbelang gaat voor bedrijfsbelang. Dit dwingt een gemeente te kijken of een deal tussen een grond eigenaar en een commerciële windpark cowboy het publiek belang benadeelt.  De gemeente kan dan de eigen burgers in het gebied, eerst de kans geven, een kavel windpark te reserveren. Dat is Energiedemocratie.  Het windpark plan kan dan “van burgers” worden. Bij een nieuwbouw woonwijk doet elke gemeente hetzelfde met kavels bouwgrond.
Vervolgens krijgen publieke investeerders de kans te participeren in het project. Dan mogen particuliere investeerders zich op zo’n project storten. Zo kunnen overheden ook hun eigen stroom opwekken.

Ook bij bijvoorbeeld bij toegang tot natuurgebieden, kan de overheid die toegang tot het gebied toetsen. Ze kan bijvoorbeeld een referendum voor alle burgers organiseren. En pas daarna een natuur NGO de ruimte geven het gebied af te sluiten, zoals nu meestal gebeurt.
De omgevingswet schrijft voor dat er omgevingsvisie komt. Die kan met een referendum aangenomen of afgewezen worden. Even schrikken voor de lobbyisten in het veld, maar dat is participatie. De omgevingsvisie geldt voor alle burgers, niet alleen voor lobbyisten.

Burgers en publiek belang krijgen zo een kans  op invloed, waarde creatie of simpel voordeel. Daardoor is de kans een stuk groter op wijzere keuzes volgens de omgevingswet en draagvlak voor veranderingen in de omgeving.
Daarom zijn dit soort ontwerp regels nodig bij omgevings besluiten, en moet de omgevingswet er voor zorgen.

Dit bericht is geplaatst in duurzaam, invloed, politiek en getagd, , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *