Omgevingswet ontbeert een trap van belangen voor integrale werking

De Omgevingswet heeft een trap van belangen nodig om te tonen dat de integrale kwaliteit geborgd is

De Omgevingswet heeft een trap van belangen nodig om te tonen dat de integrale kwaliteit geborgd is, voor de participatie

Vele specifieke wetten gaan vervangen worden door De Omgevingswet. Dat is nodig omdat de vele aparte wetten allemaal aparte belangen moesten beschermen, en in verschillende periodes zijn geschreven. Bij projecten leveren die verschillende wetten allerlei problemen op omdat bijvoorbeeld verschillen in eisen en termijnen.
Het probleem is nu dat die deel belangen in de nieuwe Omgevingswet veralgemeniseerd worden, en dat dat gecompenseerd moet worden met de eis dat projecten integraler bekeken moeten worden. Maar die eis van integraliteit is heel zwak. Eigenlijk hoeven omwonenden alleen maar de kans te krijgen er wat over te zeggen. Dat bleek bij een botsproef over de wet en de AmvB’s. Dat is minder bescherming dan in de bestaande wetten. VVD ambtenaren schrijven wetten voor bedrijven enhun lobbyisten en de belangen van burgers krijgen wettelijk minder bescherming.
Daarom heeft de omgevingswet een beter instrument nodig om dat integrale karakter te borgen, met een trap van belangen van burgers

Een trap van belangen in de omgevingswet

Een trap van belangen is een lijst met oplopende vormen van belang van burgers bij een activiteit.
dat begint bij “is geïnformeerd”, via “kan er wat over zeggen” tot “cocreatie”
Maar bij een activiteit, het kernbegrip van de omgevingswet, gaan belangen verder,  “heeft schade” van de activiteit of juist “heeft voordeel” en “is gebruiker”, tot “is eigenaar”.

Die belangen worden nu niet geborgd, omdat het integrale aspect van de wet niet verder gaat dan de participatie vorm “is gehoord”.

Voorbeelden waar een belangentrap nuttig is.
Voorbeelden van verdergaande belangen zijn bij een snelweg, dat burgers hem ook mogen gebruiken. Als dat niet zo is, geeft dat problemen, zoals we zien bij de Betuwelijn.
Bij een nieuwe woonwijk, kunnen burgers een kavel bouwgrond kopen, dus eigenaar worden.
Als de overheid echter een asielzoekerscentrum optuigt, eigenlijk ook een woonwijk, kan dat problemen geven bij andere burgers.
Ook bij een windpark ontstaan problemen, omdat burgers daar geen eigenaar kunnen worden, en de NWEA gedragscode hen zelfs elk jaar inpepert dat burgers iets negatiefs is aangedaan, terwijl ze ook trotse eigenaar van een windmolen hadden kunnen zijn.
Een nieuwe hoogspanningslijn langs Oosterhout, levert die stroom voor Brabanders? Dus zijn zij gebruiker, of wordt de lijn vooral gebruikt voor de handel in stroom tussen Duitsland en Engeland? Dan kan die kabel beter in de Noordzee komen.

Daarom is het nuttig dat er een trap van belangen komt, waarlangs iedereen kan afwegen of belangen van verschillende groepen burgers voldoende zijn beschermd, of juist genegeerd.
Ook de uitvoerder van een project of activiteit, kan aan de hand van een trap van belangen aantonen dat hij de belangen van diverse groepen burgers geaddresseerd heeft. Of de leemtes daarin worden zichtbaar en bespreekbaar.
Dat blijkt nu al bij windparken waar burgers wel windmolens zien in “hun” landschap, maar geen eigenaar van de windmolens mogen worden, de belangrijkste reden van bezwaren tegen windmolens.
Een trap van belangen van burgers maakt dat gebrek in belangen zichtbaar, of juist dat ze wel degelijk geborgd zijn.

Dit bericht is geplaatst in invloed, politiek en getagd, , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *