RWE vraagt om een leveranciersverplichting voor duurzame energie, dat is illegale staatssteun

RWE (Essent) heeft gevraagd of de regering de fossiele energiebedrijven een verplichting wil opleggen om een bepaald percentage duurzame energie te leveren. De kamer is zo dom geweest daarmee in te stemmen.

Het opwekken van duurzame en fossiele energie is fundamenteel verschillend.
Fossiele energie, steenkool en aardgas, moet gekocht worden op steeds wisselende markten, jaar in jaar uit, daarbij moet RWE opbieden tegen concurrenten. Je hebt als RWE macht nodig om landen gratis vervuilingsrechten afhandig te maken. Kortom, een risicovolle activiteit, daarbij eisen de aandeelhouders hoge rendementen.

Duurzame energie is gratis. Wind komt zo aanwaaien, geen macht kan het ons afnemen. Er zijn dus geen inkopers van windenergie die met elkaar concurreren. Een eenmaal draaiend windpark is een risicoloze bron. Een windpark kan daardoor goed door een coöperatie van burgers geëxploiteerd worden. Omdat het risico lager is, kan een coöperatie ook flink goedkoper dan bij een risicovolle onderneming zoals RWE.

Fossiele machten, zoals RWE kunnen regering en parlement wijs maken dat zij er aan moeten verdienen en het duur doorverkopen aan burgers. Dat heeft RWE gedaan. In het FD stelt Peter Terium van RWE dat zijn duurzame energie duur is

Drie financiële arena’s
Dat RWE duur is met zijn duurzame energie is ook wel begrijpelijk, als risico nemende onderneming betalen zij bij de bank de hoogste rente. En de aandeelhouders eisen het hoogste rendement van de oude kolencentrales.

Burgers die samen in een windpark investeren, hebben lagere financieringskosten. Het bedrag per gezin is bescheiden (4000 EUR voor alle stroom, ook die van de elektrische auto). En het risico, voor zover aanwezig, wordt gedragen door alle gezinnen samen. Veel burgers die een paar duizend EUR investeren zullen dat van het spaargeld doen, dus die gemiste rente zijn ongeveer de financieringskosten.

Sinds de EURO crisis is duidelijk dat overheden de allerlaagste rente hebben.
Dus als we de maatschappelijke kosten van onze windparken zo laag mogelijk willen houden, zou eigenlijk de overheid daarvoor geld moeten lenen.

Fout van het parlement
Maar helaas, RWE heeft gedaan gekregen dat zij die windparken verplicht moeten bouwen. Daarmee betalen burgers de hoofdprijs en krijgt RWE eigenlijk verboden staatssteun. Want zij worden verplicht risicoloze investeringen te doen, windparken, terwijl ze daarvoor wel commerciële tarieven mogen vragen.
De leveranciersverplichting voor een bepaald percentage duurzame energie, voor fossiele energiebedrijven is dus een vorm van illegale staatsstseun.

NWEA is beter af met de burger
Belangenorganisaties van windparkbouwers, zoals NWEA, lobbyen dat zij voordeel krijgen. Daarbij zetten ze de burger op achterstand, dat gaat gemakkelijk, de rijksoverheid ziet ze burger ook al niet staan.
Maar in tijden van bezuinigen moeten we de financiering van noodzakelijke windparken niet onnodig duur maken. Dus burgers en de overheid kunnen het beste de investering doen. Daarom moeten zij de opdrachtgevers zijn voor de windpark bouwers. De belangen van NWEA leden zijn dan geborgd, ze krijgen nog steeds opdrachten, alleen de opdrachtgevers zijn anders.
Door het extra draagvlak, de goedkopere financiering zullen er meer windparken gebouwd worden, dus NWEA leden maken meer omzet als ze de burger als partner accepteren.

Ons parlement had voor de burgers moeten opkomen en een simpele regeling moeten eisen, waarmee elk gezin net genoeg investeert in een coöperatief windpark voor eigen gebruik.

Dit bericht is geplaatst in duurzaam, politiek en getagd, , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *