Haagse ambtenaren regisseren de weerstand tegen windparken

Haagse ambtenaren sluiten burgers buiten van voordeel en invloed op windparken, en remmen zo de energie transitie

Consumers that buy sustainable products, drive the transition to a low-carbon economy

Gisteravond was er een debat in het NAI over windparken in het landschap.
Ook de huidige rijksadviseur voor het landschap heeft inmiddels begrepen dat mooie windparken bestaan uit een enkele rij windmolens in het landschap. Dat is winst.

Verder is mijn conclusie dat het rijk zelf de weerstand tegen windmolens in het landschap oproept.
Haagse ambtenaren en bestuurders ontkennen systematisch het belang van de burger, en de rol die burgers spelen in het duurzamer worden van de samenleving.
Ze hebben een belachelijk lage ambitie, erger dan de Grieken met geleend geld omgaan.
De stimulering  van energie opwekking is bewust fout, ze bevoordeelt grote bedrijven en buitenlandse investeerders, waar de burger de hoofdrol moet hebben, vanwege dat collectieve goed, het landschap.
En als laatste argument voor de regie van de weerstand is het concept van concentratie gebieden voor windparken, die samen met de voorgaande foute keuzes, zorgen voor lelijke windparken van huurkazerne kwaliteit. Voor minder geld en moeite hebben we mooie DEEL-windparken.

Het rijk negeert de burger
Belangrijkste gebrek is dat haagse ambtenaren, en ook de Rijksadviseur voor het landschap, geen enkele notie hebben van wat de inwoners zelf willen: invloed en zelf voordeel van dat windpark in hun landschap.
Het landschap is een collectief goed. Dat mogen overheden niet zomaar overlaten aan “de markt”  en dat  doen ze juist wel. Zo roepen ze zelf weerstand op.
Burgers worden dus systematisch buitengesloten. Maar die windparken komen in een collectief goed, daarom protesteren buitengesloten burgers.

Haagse ambtenaren hebben een foute ambitie, eerder tegen, dan voor duurzaam Nederland

Volgende punt is dat de rijks ambitie te laag is en de ambtenaren kijken niet ver genoeg in de toekomst. Iedereen in “den haag” lijkt nu te kijken naar 2020, dan moet er een doel en EU commitment gehaald worden. Maar windparken staan er 20 jaar. Wat tot 2020 gebouwd wordt, staat er tot 2040. Tegen die tijd staan er nog veel meer windparken, omdat we daarmee duurzaam worden. Het punt op de horizon moet ook voor haagse ambtenaren zijn, 100% duurzaam. Door dat te ontkennen creëren ze de volgende horde. Al voor 2020 begint de volgende ronde met nog meer windmolens. (want de goedkoopste energie) Ook daarvoor gaan we ruimte vinden tussen de eerder gebouwde windparken, daarom moet nu al rekening gehouden worden met die tweede ronde windparken, maar niet bij de haagse ambtenaren.
De rijksadviseur voor het landschap toonde een vrijblijvende studie, waarin ze vooral lijnvormige windparken aan de kust situeerde, “om het binnenland te beschermen”
Maar ook in het binnenland is veel duurzame energie te winnen, ook met dezelfde lijnvormige windparken in de minder dicht bevolkte gebieden. Ook de inwoners van die regio willen duurzaam worden, en zelf in staat zijn duurzame energie op een goedkope manier op te wekken, met hun eigen windmolens.
Voor een landschaps architect is het puur onzorgvuldig werken, om geen rekening te houden met wat de mensen in de regio willen. Het is een simpele functionele eis, die een architect niet mag negeren. De Rijksadviseur voor het landshcap wil dat niet, dus is ze fout bezig, of bewust de weerstand aan het regisseren.

Haagse ambtenaren organiseren bewust foute en remmende “stimulering” duurzaam 

Derde punt is de stimulering, die is marginaal. De “goedkoopste aanpak” noemt de minister dat trots. Dat lijkt goed, maar juist door de goedkope aanpak, en omdat “de markt” het moet doen, is er geen ruimte voor participatie door burgers. Gelukkig zijn er een paar gemeentes die dit zelf oppakken, en voor hun burgers opkomen. Bovendien helpt het rijk, met de concentratie gebieden voor grote windparken van grote bedrijven, juist die grote bedrijven aan de meest rendabele plekken.
Burgers worden benadeeld en grote bedrijven bevoordeeld, een bewuste strategie van haagse ambtenaren om weerstand onder de burgers op te roepen.

Landelijke structuurvisie windenergie: maak het lelijk
Vierde punt is de visie van rijksambtenaren op de landelijke structuurvisie voor windenergie, daarin moeten die molens opeen gepakt worden in concentratie gebieden. Ook weer doordat “de markt het moet doen”, worden het dan lelijke windparken van huurkazerne kwaliteit, maar dan in het landschap, ons collectieve goed.
Hier zou de burger de hoofdrol moeten spelen, maar rijksambtenaren houden burgers bewust buiten het proces. De burger heeft het meeste belang bij het collectieve goed, het landschap, maar moet toekijken hoe ambtenaren regelen hoe ondernemers hun landschap volproppen met andermans windmolens.
Terwijl voor draagvlak de burger zelf moet kunnen kiezen waar niet andermans maar hun eigen windmolens het beste kunnen komen. Natuurlijk in hun eigen voordeel.
Maar doordat EZ het “goedkoop” wil regelen,  wordt het juist duur en onzeker voor ondernemers. En dat van geld dat hij ophaalt met een bijdrage van de burgers zelf, de opslag op der kWh prijs.

De door ambtenaren geregisseerde weerstand tegen windparken in de regio
Samen leiden deze 4 punten er toe dat ambtenaren lelijke windparken veroorzaken, die samen te weinig duurzaamheid opleveren, en burgers worden buiten gesloten. Een paar ondernemers worden door het rijk geholpen in het landschap van de burgers geld te verdienen en daar subsidie voor te krijgen.

Begrijpelijk dat er dan weerstand komt. Alsof het zo geregisseerd wordt in den haag.

Dit bericht is geplaatst in duurzaam, invloed, politiek en getagd, , , , . Bookmark de permalink.

2 Reacties op Haagse ambtenaren regisseren de weerstand tegen windparken

  1. Siward Zomer zegt:

    Henk, dit is een algemeen probleem dat al lang door de wetenschap is geanalyseerd maar nooit overgenomen door de overheid. Hieronder een stukje van Maarten Wolsink uit een artikel over planning van windmolens. Het wordt tijd dat het ontwikkelingsproces wordt omgedraaid en begint bij de bewoner die wat wil en niet top-down bij de overheid die ze voor voldongen feiten stelt en dan klaagt dat de burger niets wil.

    “The planning process has problems incorporating landscape values because of their subjectivity and the variations in such subjectivity. Viewshed analysis and other “objective” visual impact assessments do not help, as the value experienced by objectors is based on landscape identity, including community and cultural identity. The “knowledge” about landscape valuation is in “the eye of the beholder” (Lothian, 1999), so it can only be those communities who identify with such landscapes that can truly understand their cultural value.
    Planning processes are seldom designed to handle knowledge in this form. In fact, they
    are often designed to avoid it. As a result, the attempts by governments to adapt planning
    systems to address the obstacles faced by developers, as described in the lead paper, tend to
    reinforce this core problem.” (Maarten Wolsink 2009)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *